Oncode’s Spotlight: Borstkankermaand

Ongeveer 1 op de 7 vrouwen krijgt borstkanker in haar leven. Nu de oktober ‘Borstkankermaand' ten einde loopt, staan we met drie Oncode Onderzoekers stil bij wat hen drijft in hun onderzoek, de bepalende momenten in hun werk en wat ze hopen voor de behandeling van patiënten met borstkanker.

We spraken met Karin de Visser, Oncode Onderzoeker bij het Nederlands Kanker Instituut (NKI), die de rol van het immuunsysteem bij het ontstaan en de behandeling van borstkanker onderzoekt.

2026. 10. 28.

“De vraag die mij drijft is: hoe ontsnapt borstkanker aan het immuunsysteem?”

Hoe borstkanker aan het immuunsysteem ontsnapt

Ons immuunsysteem is een van de krachtigste netwerken in ons lichaam. Het kan zich aanpassen en leren. Het beschermt ons dagelijks tegen virussen en bacteriën en kan in principe ook kankercellen herkennen en vernietigen. Toch vinden tumoren manieren om eraan te ontsnappen. "Als we begrijpen hoe ze dat doen, kunnen we nieuwe en effectievere manieren vinden om borstkanker te behandelen."

Immuuntherapie wordt momenteel grotendeels volgens een ‘one size fits all’-benadering gegeven, terwijl slechts een deel van de patiënten er baat bij heeft. Een van de redenen, legt Karin uit, is dat borstkanker sterk verschilt van patiënt tot patiënt. Dat geldt ook voor welke immuuncellen aanwezig zijn en hoe goed ze werken.

“We ontdekten dat de genetische samenstelling van een borsttumor sterk bepaalt welke immuuncellen de tumor aantrekt, hoe die cellen worden geactiveerd en of de tumor op immuuntherapie reageert. Door deze mechanismen in detail te begrijpen, komen we dichter bij immuuntherapie op maat.”

 

Immuuntherapie persoonlijker maken

“Ik hoop dat ons werk immuuntherapie persoonlijker maakt, zodat iedere patiënt de behandeling krijgt die past bij de biologie van de tumor en het eigen immuunsysteem.” 

“Dat is vooral belangrijk voor patiënten met uitgezaaide borstkanker, die op dit moment niet te genezen is. Wanneer kankercellen zich naar andere organen verspreiden, komen ze op iedere plek andere immuuncellen tegen. Ons doel is dat ook deze patiënten een effectieve (immuun)therapie krijgen.”

 

Het onverwachte volgen

Sommige van de belangrijkste bevindingen begonnen met iets waar het team niet naar op zoek was: een onverwachte, maar duidelijke waarneming die het onderzoek een nieuwe richting gaf.

Eén voorbeeld komt voort uit Karin's langdurige samenwerking met Marleen Kok, arts en onderzoeker bij het NKI.

“We brachten het bloed van patiënten met borstkanker vóór en tijdens immuuntherapie heel gedetailleerd in kaart. We wilden weten wat patiënten die op de behandeling reageren onderscheidt van patiënten die dat niet doen. Zo hopen we er ooit voor te kunnen zorgen dat ook patiënten bij wie de behandeling nu niet aanslaat, er baat bij krijgen. Omdat deze bloedmonsters zo waardevol waren, hebben we ze zeer uitgebreid geanalyseerd.”

Het team was vooral geïnteresseerd in één type immuuncel, de neutrofielen, maar zag daarin geen verschil tussen patiënten die wel en niet op de behandeling reageerden. In plaats daarvan viel een ander celtype op: de eosinofielen. Deze cellen kregen lange tijd weinig aandacht in kankeronderzoek. Het team ontdekte dat hun aantal toenam bij patiënten die op de behandeling reageerden.

“We waren niet van plan om deze cellen te bestuderen, maar besloten deze bevinding verder te onderzoeken in het lab. Ze bleken heel belangrijk te zijn voor de respons op immuuntherapie.”

Inmiddels heeft het team een aparte onderzoekslijn om eosinofielen beter te begrijpen. Het uiteindelijke doel is om deze cellen voor de behandeling in te zetten en ervoor te zorgen dat borstkanker beter op immuuntherapie reageert.

“Het heeft me geleerd om altijd oog te houden voor datgene waar je niet naar op zoek bent.”