Wie pakt de bal op als wetenschap geen commercieel verdienmodel kent?

Nederland behoort al jarenlang tot de wereldtop in oncologisch onderzoek. Toch is nog veel winst te behalen bij de vertaling van wetenschappelijke kennis naar de kliniek. Maar er is een andere categorie onderzoek die even urgent is: nieuwe inzichten die bijdragen aan de houdbaarheid van de zorg, maar zonder commercieel verdienmodel.

2026. 04. 15.

Nederland behoort al jarenlang tot de wereldtop in oncologisch onderzoek. Toch is nog veel winst te behalen bij de vertaling van wetenschappelijke kennis naar de kliniek. De discussie over valorisatie richt zich doorgaans op commerciële routes: startups, patenten, farmaceutische partners. Maar er is een andere categorie onderzoek die even urgent is: nieuwe inzichten die bijdragen aan de houdbaarheid van de zorg, maar zonder commercieel verdienmodel. In een recente publicatie in Het Financieele Dagblad, geeft Leeftink zijn visie.  

Van kennisparadox naar zorgtransitie 

De kloof tussen wetenschappelijke excellentie en praktische toepassing is in Nederland al decennia bekend. In kabinetsstukken van tien, vijftien jaar geleden werd al gesproken van de kennisparadox: uitstekend in onderzoek, maar achterblijvend in valorisatie. Intussen is er een nieuwe urgentie bijgekomen: de houdbaarheid van de zorg staat onder druk.

Bertholt Leeftink, Managing Director bij Oncode Institute, benoemt de twee grootste uitdagingen van deze tijd. "We hebben een klimaatprobleem en daarom zet de overheid terecht in op innovatie ten behoeve van de energietransitie. De tweede uitdaging betreft de zorgtransitie: de financiële betaalbaarheid van de zorg en de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel. Beide lopen tegen grenzen aan, terwijl de vraag naar zorg alleen maar toeneemt. Kanker is bij uitstek een ouderdomsziekte. We moeten onze toonaangevende kennis benutten om de transitie in de zorg mogelijk te maken. Dat is een verplichting aan de belasting- en premiebetaler."

"We hebben een klimaatprobleem en daarom zet de overheid terecht in op innovatie ten behoeve van de energietransitie. De tweede uitdaging betreft de zorgtransitie: de financiële betaalbaarheid van de zorg en de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel. Beide lopen tegen grenzen aan, terwijl de vraag naar zorg alleen maar toeneemt. Kanker is bij uitstek een ouderdomsziekte. We moeten onze toonaangevende kennis benutten om de transitie in de zorg mogelijk te maken. Dat is een verplichting aan de belasting- en premiebetaler."

De klant is de samenleving 

De oplossing ligt niet uitsluitend in nieuwe, dure geneesmiddelen. Leeftink pleit voor een breder begrip van valorisatie: niet alleen de vertaling van onderzoek naar de markt, maar ook naar betere, slimmere zorg. Hij noemt dit het maatschappelijk verdienmodel: de winst zit niet in een nieuw product, maar in effectievere behandelingen en betere uitkomsten voor patiënten.

Bij de ontwikkeling van een nieuw geneesmiddel is er een commerciële route: patentering, venture capital, farmaceutische partners. Voor onderzoek gericht op effectievere behandeling zonder nieuw geneesmiddel ontbreekt de financiering voor doorontwikkeling naar de kliniek.

"In deze gevallen is de samenleving de klant die vraagt om een betere behandeling, in plaats van de markt die een nieuw geneesmiddel wil ontwikkelen", zegt Leeftink. Hij benadrukt dat dit geen kritiek is op de farmaceutische industrie. "Farmaceuten zijn onmisbaar. Maar het is logisch dat de industrie niet investeert in onderzoek gericht op een lagere dosering van bestaande geneesmiddelen of een betere selectie van patiënten." Het gevolg is concreet: dit type onderzoek strandt in het lab.

Onderzoek dat de kliniek niet bereikt

Twee voorbeelden illustreren het probleem. Bij een bepaald type darmkanker suggereren biologische inzichten dat het effectiever is om eerst kortdurende immunotherapie te geven en daarna te opereren, in plaats van andersom. Een groter klinisch onderzoek is nodig om die hypothese te valideren. Maar een commerciële partij om dat te financieren is er niet: bevestiging betekent minder gebruik van een dure therapie, en dus minder omzet.

Een tweede voorbeeld: onderzoek suggereert dat de effectiviteit van chemotherapie bij bepaalde vormen van borstkanker wordt beïnvloed door de fase in de menstruatiecyclus. Een betere timing van de behandeling leidt tot betere uitkomsten, minder bijwerkingen en lagere kosten. "De maatschappelijke winst is helder", zegt Leeftink. "Maar er is geen private partij die wil investeren omdat een commercieel verdienmodel ontbreekt."

Oncode Institute verbindt wetenschappelijk onderzoek met de kliniek. Als er een route naar de markt is, neemt de industrie het stokje over. Voor innovaties waarbij betere zorg het eindstation is en niet een vermarktbaar product, ontbreekt die route. "Daar is nu een vacuüm", aldus Leeftink.

Programmatisch en meerjarig

De oplossing die Leeftink bepleit, is geen nieuw instituut of nieuw geld, maar een meerjarig publiek programma gericht op passende zorg. "Zet onze toonaangevende onderzoekscommunity in voor innovatie die bijdraagt aan de houdbaarheid van het zorgstelsel."

Leeftink benadrukt dat dit een nationaal programma moet zijn. "De les uit het nationaal groeifonds is dat je geen nieuwe organisaties hoeft op te richten die het veld verder versnipperen. Beleg de uitvoering bij een bestaande, nationale organisatie die weet hoe je wetenschappelijke excellentie naar klinische relevantie vertaalt."

De overheid moet een regierol durven nemen. Niet door extra budget vrij te maken, maar door bestaande middelen doelgericht en meerjarig in te zetten, gekoppeld aan heldere ambities. "Zet onderzoekers en clinici samen aan die opgave, programmatisch en over meerdere jaren." Zonder die regie lopen wij niet op een zorgtransitie af maar op een zorginfarct.

Hij verwijst naar het rapport-Wennink. "Wennink heeft gelijk: kennis moet naar de markt. Maar kennis moet ook naar de samenleving. Het maatschappelijk verdienmodel is even reëel als het commerciële. Voor de zorgtransitie hebben we beide routes nodig, en die tweede route komt nu onvoldoende van de grond."

Leeftink: "Wennink heeft gelijk: kennis moet naar de markt. Maar kennis moet ook naar de samenleving. Het maatschappelijk verdienmodel is even reëel als het commerciële. Voor de zorgtransitie hebben we beide routes nodig, en die tweede route komt nu onvoldoende van de grond."