De relatie tussen de menstruatiecyclus en chemotherapie: Nieuwe inzichten van onderzoeker Laura Bornes

Kan het afstemmen van chemotherapie op de menstruatiecyclus de behandeling van borstkanker verbeteren. Dat is de vraag waar Oncode-onderzoeker Laura Bornes zich tijdens haar promotieonderzoek op richtte. Voor haar werk ontving zij de BOOG Young Investigator Award. Zij voerde haar promotieonderzoek uit in het lab van Oncode-onderzoeker Jacco van Rheenen bij het Nederlands Kanker Instituut en nam deel aan het programma Patiëntenperspectief van Oncode Institute. Op basis van haar onderzoek, en met steun van Oncode Institute, is inmiddels een klinische studie gestart die kan leiden tot een eenvoudige aanpassing in de behandeling van triple-negatieve borstkanker.

2025. 08. 27.

Laura ontving de BOOG Young Investigator Award voor haar onderzoek. Zij voerde haar promotieonderzoek uit in het lab van Oncode-onderzoeker Jacco van Rheenen bij het Nederlands Kanker Instituut en nam deel aan het programma Patiëntenperspectief van Oncode Institute. Op basis van haar werk, en met steun van Oncode Institute, is een klinische studie gestart die mogelijk leidt tot een andere manier van behandelen van triple-negatieve borstkanker.

Oncode Institute: Kun je kort uitleggen wat jullie ontdekten over de invloed van de menstruatiecyclus op chemotherapie.

Laura Bornes: Tijdens mijn promotieonderzoek en postdoc zijn we gaan kijken naar de invloed van de oestruscyclus bij muizen, die vergelijkbaar is met de menselijke menstruatiecyclus. We wisten al dat gezond borstweefsel verandert gedurende de cyclus, dus vroegen we ons af of tumoren ook veranderen.

Wat we zagen was opvallend. Tumoren bij muizen zagen er anders uit en gedroegen zich anders, afhankelijk van de fase van de cyclus. We zagen verschillen in hoe snel tumorcellen delen en in de soorten immuuncellen die aanwezig zijn. Omdat chemotherapie zich richt op delende cellen, vroegen we ons af of deze veranderingen invloed hebben op de effectiviteit van de behandeling.

We dienden chemotherapie toe op verschillende momenten in de cyclus en zagen dat de behandeling in bepaalde fasen beter werkte. We hebben ook gekeken naar een kleine groep borstkankerpatiënten en zagen een vergelijkbaar patroon. Die eerste gegevens hebben ons geholpen om een nieuwe klinische studie te ontwerpen, die nu met steun van Oncode Institute wordt uitgevoerd.

Oncode Institute: Kun je meer vertellen over de klinische studie. Wat hopen jullie te leren.

Laura Bornes: Ons doel is om te onderzoeken of de timing van chemotherapie ten opzichte van de menstruatiecyclus invloed heeft op het effect van de behandeling. We begonnen met bestaande data van het Nederlands Kanker Instituut en het LUMC, waarin we restmateriaal en behandelresultaten konden analyseren. Die monsters waren alleen niet altijd op het moment van de chemotherapie afgenomen en informatie over de menstruatiecyclus ontbrak vaak.

In de nieuwe studie, ChemoSense, onder leiding van Sabine Linn, pakken we dit anders aan. We nemen bloed af op het moment dat patiënten chemotherapie krijgen en stellen gerichte vragen over hun menstruatiecyclus. We richten ons op vrouwen met triple-negatieve borstkanker om de groep zo homogeen mogelijk te houden. De studie loopt in vijf ziekenhuizen in Nederland, waardoor we sneller patiënten kunnen includeren en robuustere data verzamelen.

Als alles volgens plan verloopt, verwachten we binnen ongeveer twee jaar resultaten.

Oncode Institute: Waar staat de studie nu.

Laura Bornes: De meeste ethische en ziekenhuisgoedkeuringen zijn rond. Bij het Nederlands Kanker Instituut werken we bijvoorbeeld met een systeem waarbij patiënten toestemming geven om restmateriaal te gebruiken voor onderzoek. Omdat onze studie extra stappen bevat, zoals nieuwe bloedafnames en het bijhouden van de cyclus, waren aanvullende goedkeuringen nodig. Die zijn inmiddels verkregen en de inclusie van patiënten is gestart.

Oncode Institute: Je gaf aan dat chemotherapie op bepaalde momenten beter werkt. Hoe komt dat.

Laura Bornes: Dat weten we nog niet precies, maar de muisexperimenten geven aanwijzingen. Chemotherapie werkt vooral op cellen die zich delen. In één fase van de cyclus zagen we meer deling van tumorcellen en daar werkte chemotherapie het best.

In een andere fase deelden tumorcellen minder en zagen we andere effecten. Bloedvaten waren nauwer, de opname van het medicijn was lager en we zagen veranderingen in de immuunrespons die samenhangen met resistentie. Een opvallende bevinding was dat er meer immuuncellen aanwezig waren, vooral macrofagen, in de fase waarin de behandeling minder goed werkte. Toen we deze macrofagen bij muizen verwijderden, werd chemotherapie weer effectiever. We denken dat zij een belangrijke rol spelen, maar onderzoeken nog hoe precies.

Oncode Institute: Wat zijn de volgende stappen in dit onderzoek.

Laura Bornes: Onze huidige inzichten zijn vooral gebaseerd op muisexperimenten. Met de klinische studie kunnen we onderzoeken of de relatie tussen de menstruatiecyclus en de effectiviteit van chemotherapie ook bij mensen bestaat. Als dat zo is, willen we begrijpen hoe we die kennis kunnen inzetten in het voordeel van de patiënt.

Oncode Institute: Je ontving onlangs de BOOG Young Investigator Award. Wat betekent dat voor je.

Laura Bornes: Het is een grote eer en eerlijk gezegd ook een verrassing. Mijn begeleider had me voorgedragen, maar ik had niet verwacht te winnen. Dit project heeft jaren gekost, van de eerste experimenten tot lange revisies van artikelen. Deze erkenning maakt dat het allemaal de moeite waard voelt.

Het begon met een vrij eenvoudige en misschien wat ongebruikelijke vraag. In het begin zag niet iedereen de potentie. Nu zien we dat clinici en onderzoekers ermee aan de slag gaan. Dat is heel mooi om te zien.

Oncode Institute: Hoe heeft de samenwerking met clinici je onderzoek beïnvloed.

Laura Bornes: Die samenwerking was essentieel. We namen eerst contact op met Sabine Linn en later met Marleen Kok en anderen bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Hun betrokkenheid gaf het onderzoek een duidelijke richting. Ze hielpen bij het aanscherpen van het studieontwerp en bij het verkrijgen van goedkeuringen. Hun inzichten en betrokkenheid waren van grote waarde.

Oncode Institute: Welke rol speelde Oncode Institute in dit onderzoek.

Laura Bornes: Oncode Institute ondersteunde de verlenging van mijn promotieonderzoek en was vanaf de eerste resultaten nauw betrokken. We werkten samen aan verschillende subsidieaanvragen voor de klinische studie. Ook toen de eerste aanvragen niet werden gehonoreerd, bleven ze ons steunen. Hun langetermijnvisie en vertrouwen in het project hebben ervoor gezorgd dat we zijn doorgegaan.